Biografie Jan-Baptist van Helmont
Jan-Baptist van Helmont werd geboren te Brussel in 1579 als vierde kind in een welstellend gezin. Op zeer jonge leeftijd kreeg hij de gelegenheid te studeren aan de Leuvense universiteit en op nauwelijks zeventienjarige leeftijd beëindigde hij zijn studies in de wijsbegeerte. Hij volgde cursussen in aardrijkskunde, wiskunde, sterrenkunde, plantkunde en rechten. Uiteindelijk ging hij zich toeleggen op de geneeskunde.
De studie van de geschriften van Hippokrates, Galenus en Avena, wat toen de hoofdbrok van de geneeskundige kennis was, gaf hem geen voldoening. Alhoewel hem aantrekkelijke jobs aangeboden werden, zoals docent heelkunde te Leuven of lijfarts van de bisschop van Keulen, verkoos hij op zoek te gaan naar wetenschap. Tussen 1600 en 1609 trok hij door gans de toen beschaafde wereld en kwam zo in Zwitserland, Italië, Frankrijk, Engeland en
Duitsland. Onder invloed van Paracelsus, wordt hij voorstander van proefondervindelijk onderzoek in de geneeskunde.
In 1609 trad hij in het huwelijk met Marguerite Van Ranst en vestigt zich in Vilvoorde, waar hij de meest vruchtbare jaren van zijn leven zal doorbrengen.
Hij deed proefondervindelijk onderzoek zowel op het gebied van de geneeskunde als van de scheikunde. Zijn voornaamste ontdekkingen liggen in het gebied van de scheikunde. Door zijn proefondervindelijk onderzoek maakte hij de overgang van de alchemie naar de moderne scheikunde. Hij wordt terecht beschouwd als de ontdekker van het gas. Bij de studie van verbranding van houtskool ontdekte hij een substantie die verschillend is van lucht, namelijk koolstofdioxide. Deze vreemde geest (spiritus sylvestre) noemde hij “gas”. Hunc spiritus, incognitum hacterum, novo nomine Gas voco. Over de etymologische betekenis van het woord “gas” bestaat er geen eensgezindheid. Meestal wordt het in verband gebracht met het Nederlandse woord “geest”. Volgens anderen is het afgeleid van het Griekse woord “chaos”.
Toen hij in 1616 naar Brussel verhuisde, kreeg de eigenzinnige geleerde tegenwind : inquisitie, vervolging, gevangenneming en huisarrest stonden hem te wachten. In 1625 wordt hij door de Inquisitie te Madrid beschuldigd van ketterij, onbeschaamde arrogantie, Calvinisme en Protestantisme en in 1627 verschijnt hij voor de Mechelse Curie. Het proces duurt tot in 1636 en wordt hij schuldig bevonden. Na betalen van een hoge borgsom mocht
hij naar Vilvoorde terugkeren waar hij de rest van zijn leven onder huisarrest bleef. Hij overleed er in 1644 aan pleuritis. Zijn grafsteen bevond zich lange tijd in Sint-Goedele te Brussel. Het huis waar hij zijn opzoekingswerk verrichtte stond naast de Sint-Pieter-en- Pauluskerk te Neder-over-Heembeek en moest pas na de Tweede Wereldoorlog wijken voor de bouwwoede. Zijn standbeeld prijkt op de Nieuwe Graanmarkt te Brussel.
Pas in 1624 krijgt hij toelating zijn eerste werk te publiceren : “Supplementum de Spadanis fintinubus” over de genezende eigenschappen van het bronwater van Spa. Het grootste deel van zijn werk werd pas na zijn dood uitgegeven als “Ortus Medicus” en “Dageraed oft Nieuwe Opkomst der Geneeskonst in verborgen grondt-regelen der Natuere”. Dit laatste werk was “van den Autheur selve in ’t Nederduyts beschreven en in ’t jaer 1659 uitgegeven t’Amsterdam”. Het gebruik van het Nederlands verantwoordde van Helmont als volgt : “Ick schrijve dit in mijn vaderlandtsche tael, op dat mijnen naesten in’t gemeyn daer af geniete, verstaende dat de waerheyt nergens naeckter en verschijnt, dan daer sy van alle cieraet ontbloot is.”
